Mentale representatie van private sensaties

Mentale representatie van private sensaties
© 2011-2012 – Joost van der Leij

Mentale representatie
Elke interessante versie van materialisme, het idee dat er alleen materie is en er geen niet-materiële zaken bestaan, moet volhouden dat er niet alleen geen mentale objecten zijn, maar ook geen niet te reduceren mentale eigenschappen, aldus Field1. Iets geloven of iets wensen, om maar twee vaak gebruikte voorbeelden te geven, is echter typisch iets dat wel mentaal is, oftewel waar mentale eigenschappen aan kleven. Deze mentale eigenschappen gaan erin schuil dat een wens of een geloof ergens over gaat. Een wens en een geloof hebben inhoud en deze inhoud is mentaal. Een mens die iets gelooft of iets wenst heeft een mentale representatie van hetgeen hij wenst of gelooft. Bijvoorbeeld: Jan gelooft dat Rutte premier van Nederland is. Op de een of andere manier moet Jan dan representeren dat Rutte de premier van Nederland is. Deze representatie wordt ongetwijfeld door het brein gedaan, maar dit is niet hetzelfde als de toestand van alle betrokken hersencellen bij elkaar optellen. Er is meer, namelijk het mentale aspect. Dit mentale aspect wordt binnen de filosofie meestal gezien als de propositionele attitude van Jan, wat zoveel wil zeggen als dat Jan in dit geval een attitude heeft dat de propositie “Rutte is de premier van Nederland” waar is. De inhoud van een mentale representatie is dan ook een propositie.

Een propositie is een niet-talige entiteit. Iemand kan de zin “Rutte is de premier van Nederland” uitspreken. Die zin wordt dan gevormd door een aantal geproduceerde klanken. De propositie is de inhoud waar die zin op slaat. Field gaat ervan uit dat je het niveau van een zin waarschijnlijk wel materialistisch kan verklaren. Het uitspreken van een zin valt empirisch door de neurowetenschappen te onderzoeken. Wanneer je een zin denkt in plaats van uitspreekt, bijvoorbeeld in een innerlijke dialoog, dan zal dat ook wel in een materialistisch model van het brein te vatten zijn. Maar er is geen enkele aanwijzing dat hetzelfde ook geldt voor proposities. Gegeven het succes van het materialisme op zoveel wetenschappelijke terreinen is er dus een probleem.

Een mogelijke oplossing die Field aandraagt, maar waar hij zelf weinig aandacht aan besteedt, is ontkennen dat er zoiets als proposities bestaan en er dus ook geen propositionele attitude bestaat. In dit artikel ga ik onderzoeken of het mogelijk is om te ontkennen dat er zoiets als proposities bestaan. Een voorbeeld van een dergelijke aanpak is Stich’s Syntactic Theory of Mind die ik dan ook voor dit artikel ga gebruiken.2 Een van de vragen die mentale representatie oproept, is de vraag waarom een bepaalde mentale representatie de betekenis heeft die het heeft in plaats van een andere betekenis of überhaupt geen betekenis?3 Kortom, wanneer je over mentale representatie praat, dan kan je meteen de vraag naar de semantiek van mentale representaties stellen.4 Stich’s oplossing is eenvoudig: schrap de semantiek uit de theorie over de menselijke geest. Zonder semantische inhoud in de menselijke geest is er ook geen probleem voor het materialisme. Syntax, opgevat als vorm in plaats van inhoud5, kan waarschijnlijk gemakkelijk verklaard worden door neurowetenschappers of de cognitiewetenschappen omdat het dan alleen maar over de vorm van de zin gaat in plaats van de inhoud.

Stich’s Syntactic Theory of Mind heeft veel kritiek gekregen.6 Zelfs zoveel dat het er naar uitziet dat hij dit project zelf heeft opgegeven.7 Maar misschien dat Stich te snel afscheid genomen heeft van zijn Syntactic Theory of Mind. In dit artikel wil ik laten zien dat één van de vele argumenten tegen de Syntactic Theory of Mind, namelijk Crane’s argument dat een Syntactic Theory of Mind geen rekenschap kan geven van talig-gedrag van mensen niet opgaat.8 Volgens Crane wordt talig gedrag typisch semantisch verklaard, dat wil zeggen in termen van wat de taaluitingen betekenen. Crane stelt dat als de menselijke geest alleen syntactisch is, mensen zich dan niet semantisch kunnen gedragen. Maar dit veronderstelt dat semantiek in de menselijke geest of in het brein gelegen is. Het is de vraag of deze veronderstelling klopt. Ondanks alle weerstand tegen de Syntactic Theory of Mind en het feit dat de theorie waarschijnlijk door de bedenker opgegeven is, komt dit artikel juist op voor de Syntactic Theory of Mind in zoverre het Crane’s kritiek betreft met betrekking tot het belang van semantiek.

In de Philosophical Investigations geeft Wittgenstein een veel gebruikte versie van betekenis in de vorm van “betekenis is gebruik”.9 Ook Crane gebruikt dit idee om aan te geven hoe een zin semantiek kan hebben. De vorm van de zin of de klanken van de woorden zijn arbitrair en volgen conventies, maar het zijn onze overtuigingen die bepalen hoe we woorden gebruiken en dus wat zij betekenen. Volgens Crane zou Wittgenstein dit ook bedacht kunnen hebben als je kijkt naar wat Wittgenstein zegt:

“Every sign by itself seems dead. What gives it life? – In use it lives. Is it there that it has living breath within it? – Or is the use its breath?”10

Crane denkt hiermee een “general notion of semantics” gevonden te hebben en meteen ook “how it might be extrapolated to the mind”.11 Maar het is maar helemaal de vraag of Wittgenstein’s ideeën over betekenis op deze wijze ook geëxtrapoleerd mogen worden naar de menselijke geest. Waarschijnlijk zou Wittgenstein niet alleen een Syntactic Theory of Mind, maar ook een Semantic Theory of Mind afwijzen.12 Al was het maar omdat hij elke filosofische theorie afwijst.13 Wittgenstein wilde met zijn aanpak vooral mensen helpen die last hadden van filosofische vragen door deze vragen voor hen te laten verdwijnen door een heldere beschrijving te geven waarmee duidelijk werd dat er geen filosofisch probleem is. Maar zelfs wanneer je over dit probleem heenstapt en, zoals ik in dit artikel zal doen, Wittgenstein leest alsof hij argumenten geeft dan lijkt een Semantic Theory of Mind te conflicteren met Wittgenstein’s argumenten tegen een private taal. Crane’s “general notion of semantics” kan wel eens op drijfzand gebaseerd zijn, zodat er geen mogelijkheid is semantiek te extrapoleren naar de menselijke geest.

Om dit te onderzoeken dient de vraagstelling te worden beantwoord of het mogelijk is om een mentale representatie van een private sensatie te hebben. En zo ja, of die mentale representatie dan begrijpelijk is. Immers, bij een mentale representatie wordt de inhoud in de vorm van een propositie gerepresenteerd. In het geval een mentale representatie van een boom wordt een boom gerepresenteerd in een propositie. Bijvoorbeeld in het geval dat ik geloof dat er een boom in de tuin staat. Maar net zoals de inhoud van mijn mentale toestanden over externe situaties kunnen gaan, kunnen zij over interne situaties gaan waarbij ik bijvoorbeeld naar een bepaald gevoel verlang. Als we een Semantic Theory of Mind volgen dan geeft zo’n verlangen ons een propositionele attitude waarvan de inhoud een propositie is over ons verlangen en het bepaalde gevoel. Wanneer je dit idee combineert met Wittgenstein’s ideeën over een private taal dan kan deze propositie alleen in een publieke taal geformuleerd worden of is elke uitdrukking van deze propositie onbegrijpelijk. Dat lijkt te botsen met het idee dat “meaning is use” naar de menselijke geest geextrapoleerd kan worden.

Om dit aannemelijk te maken is mijn strategie om eerst uit te zoeken waarom je überhaupt een Syntactic of Semantic Theory of Mind zou willen hebben. We zullen zien dat ook een Semantic Theory of Mind veronderstelt dat de menselijke geest syntactisch is en dat dit grote voordelen met zich meebrengt omdat de menselijke geest dan compositioneel en computationeel is. Vervolgens zal ik nader ingaan op het verschil tussen syntaxis en semantiek. Daarna zal ik aan de hand van Wittgenstein kijken wat de gevolgen van zijn argumenten tegen een private taal zijn voor een private semantiek. Mijn conclusie zal zijn dat zonder private taal er ook geen private semantiek kan zijn en dat er dus geen sprake kan zijn van een Semantic Theory of Mind.

Om dit artikel verder te lezen dien je eerst lid te worden van de TIOUW Club. Je krijgt dan direct ook toegang tot meer artikelen, eBooks, CD’s en online video’s.


This entry was posted in Artikelen. Bookmark the permalink.